MONGOLIE & CHINA

ACHTER DE GROTE MUUR

AndersdanAnders

home

fotos

Mongolië. Volledig door land ingesloten tussen grote buren Rusland en China. Met ongeveer 250 zonnige dagen per jaar heeft het de naam ”land van de blauwe luchten” zeker verdiend. Komt daarbij, ongerepte natuur, spectaculaire vergezichten en echte nomaden. 1,6miljoen km² groot met minder dan 3miljoen inwoners en met meer paarden dan mensen. Dat land gaan wij bezoeken.

Dag 1 & 2 – 9/06 – 10/06 dinsdag & woensdag – BRUSSEL–ISTANBOEL–BEIJING

In de 12e eeuw werd in Mongolië ene Timujin geboren een knaap die alle tot dan rivaliserende en met mekaar oorlogvoerende clans onder zijn banier verzamelde en tot een geduchte krijgsmacht smeedde. Hijzelf groeide uit tot Genghis Khan of Chinggis Khaan zoals ze hem ginder noemen, en hij en zijn nazaten veroverden het grootste aaneengesloten landimperium uit de geschiedenis. Van het Koreaanse schiereiland in Zuid Oost Azië tot aan de boorden van de Donau in Oost Europa. Mongoolse legers op hun kleine paardjes en met hun korte bogen namen alle omwalde steden op hun weg in en hakten alle legerbendes in de pan die tegen hen in het veld werden gebracht.
  Wij beginnen onze reis in China, in Beijing die Kublai Khan, de kleinzoon van Genghis tot zijn hoofdstad maakte. Hij noemde het Khanbaliq en het werd het centrum van het Mongoolse imperium en het begin van de Yuan dynastie.
  We vliegen met Turkish Airlines via Istanboel, een razend drukke luchthaven die uit haar voegen barst, en we arriveren met wat vertraging in de late namiddag in Beijing waar we worden verwelkomd door Tom, onze AdA man, en Judy en Lie die ons in het China deel van de reis zullen vergezellen.
  Het verkeer is er nog steeds een grote janboel en de smog alom tegenwoordig. Wij rijden recht naar het restaurant voor ons welkom diner, peking duck, een absolute feestmaaltijd. Niet gek om een rondreis te beginnen.

Dag 3 – 11/6 – donderdag – BEIJING – CHENGDE

We verlaten Beijing met wat jetlag en onder een stralende blauwe hemel, en dat is zo speciaal dat ze er hier zelfs een naam voor hebben ”clear sky day”. We rijden noordoost naar Zunhua, Een groot mausoleum complex van de Manchu Qing dynastie, de laatste die over China regeerde van de 17e tot 20e eeuw. 5 keizers 15 keizerinnen, prinsen, prinsessen en concubines liggen er begraven op een terrein van 80km². In 1928 werden verschillende graven opengebroken en geplunderd door krijgsheer Sun Dianying die er met vele kostbare schatten van door ging en er in die turbulente periode ongestraft mee weg kwam. De prachtige gebouwen staan er echter nog, Unesco Werelderfgoed, en er wordt duchtig gerestaureerd. We bezoeken twee mausolea waarvan een de laatste keizerin regentes Cixi of Tzu Hsi die de dynastie leidde en de lakens uitdeelde van 1861 tot haar dood in 1908.
  We lunchen in het plaatselijke restaurant bekijken nog een kleurrijke kostuum evocatie van een keizerlijke ceremonie die wordt opgevoerd en dan rijden we verder naar Chengde over een nieuwe autostrade die tussen en via verschillende tunnels dwars door de groene heuvels loopt.
 

Dag 4 – 12/6 – vrijdag – CHENGDE

Geslapen als een roos. Chengde is gezegend met een hele reeks monumentale bouwwerken uit de Qing periode. De keizers kwamen hier graag verpozen om de hitte van Beijing te ontvluchten. Beginnen doen we met een bezoek aan de Puning tempel of ”Tempel van de universele vrede”. Gebouwd door de 6e keizer van de Qing, keizer Qianlong ter ere van het Tibetaans boeddhisme. De attractie hier is het 23m grote houten beeld van Guanshiyin of Godin van Genade met haar duizend armen en duizend ogen om iedereen te kunnen helpen die haar hulp inroept. Prachtig beeld en het is zo geplaatst dat je er letterlijk naar op kijkt.
  Dan gaan we naar de Putuo Zongcheng Tempel gebouwd door diezelfde keizer helemaal op het model van het Potala Paleis in Lhasa, opdat de Dalai Lama zich hier thuis zou voelen, maar ook wel een beetje ter ere van zijn 60e verjaardag en de 80e verjaardag van zijn moeder. Er wordt ijverig aan gerestaureerd en dat stoort soms wel wat voor de foto’s maar van op het dak heb je een mooi panorama.
  En dan het zomerpaleis. 89 jaar werd er aan gewerkt en het is dan ook een buitenverblijfje dat kan tellen. 5.6km² groot. Tuinen geïnspireerd op de mooiste die in China te vinden waren. Met een omwalling langer dan 10km, met heuvels en meren, prachtige paviljoenen en een 70m hoge pagode. Unesco Werelderfgoed sinds 1994. Wij maken een wandeling doorheen de mooie tuinen langs het meer tot aan de pagode waar onze bus op ons wacht. We stoppen nog eventjes voor een demonstratie van papierknipkunst. De Chinese papierknipkunst is erkend sinds 2009 als Unesco immaterieel erfgoed. Verbazend hoe in korte tijd uit een rood en blauw stuk papier twee sierlijke vlinders te voorschijn kwamen.
  En vanavond eten we Mongolian hotpot.

Dag 5 – 13/6 – zaterdag – CHENGDE – DATONG

De straten liggen er nat bij, het regent nog een beetje. Vandaag bezoeken we de Grote Muur een sectie in Jinshangling. En de zon is van de partij als we er arriveren. Een kabelbaan brengt ons in luttele minuten tot op het hoogste punt van waar we de muur kunnen volgen zoals ze zich langs de bergkammen en heuveltoppen slingert. Het blijft een prachtig zicht en een onvoorstelbare prestatie die ten koste van veel menselijk leed gerealiseerd werd en per saldo weinig militair nut opleverde. Voor iedere bezoeker is er een dame uit het nabijgelegen dorp die je op de weg terug vriendelijk maar hardnekkig allerlei prullaria probeert te slijten. Lastig om ”no thank you” te blijven zeggen.
  We hebben een uitgebreide en heel lekkere barbecue van vis en een lamsbout en dan rijden we verder naar Datong. Onze weg, die voor een deel de 6de stadsring rond Beijing volgt, loopt nog langs stukken van de Grote Muur die we onderweg nog te zien krijgen. We nemen hier afscheid van Lie maar Judy blijft nog bij ons tot we naar Ulaanbator vliegen.
  Datong is naar Chinese normen met minder dan 4miljoen inwoners een kleine stad. Alhoewel nergens sporen van koolmijnen zichtbaar zijn, is steenkool hier nog steeds een belangrijke economische activiteit. Datong ligt er verrassend proper bij, zoals overal in China reizen de nieuwe woontorens als paddenstoelen uit de grond en hier maken ze zelfs als extra toeristische attractie een splinternieuwe middeleeuwse omwalling rond de binnenstad.
  We hebben hier een prachtig hotel met een uitgebreid chinees buffet.

Dag 6 – 14/6 – zondag – DATONG

De zon schijnt en het is een lekker weertje. Buiten ons groepje lopen hier niet veel westerlingen rond. Tientallen kolentrucks rijden af en aan en ik speur tevergeefs de horizon af naar de gekende liften en mijnterrils van bij ons. We bezoeken vandaag de Sakyamuni Pagode van de Fogong tempel in Yingxian, anderhalf uurtje rijden hiervandaan. De pagode is 67m hoog, en volledig in hout gebouwd in 1056. Binnen is er een enorm Boeddha beeld. Eigenaardig, maar de pagode overleefde in 1000jaar alle calamiteiten. Nadat het jarenlang gefnuikt werd door de overheid is het boeddhisme in China terug in opgang. Het ganse complex is mooi opgewaardeerd.
  Dan gaan we naar het Hangende Klooster of de Xuankong Tempel. Gebouwd 75m boven de begane grond en als het ware tegen de bergwand geplakt. In 2010 stond het in de lijst van Time Magazine als het meest bizarre en gevaarlijke bouwsel in de top 10 van de wereld. Kamers en doorgangen zijn zo smal dat alle bezoekers de rondgang in dezelfde richting moeten volgen. Heel spectaculair en er worden heel wat selfies gemaakt door de voornamelijk Chinese bezoekers.
  Lunch in een plaatselijk restaurant waar een Chinees huwelijksfeest aan de gang is dat gelijk met onze lunch eindigt. De grotten van Yungang zijn ons volgend bezoek, het zijn tempelgrotten die in de wand van het Wuzhoe Shangebergte zijn uitgehouwen. Weer en wind hebben in delen er van lelijk huisgehouden maar in een groot aantal zijn de beelden mooi bewaard gebleven met inbegrip van de kleuren. Ook hier wordt driftig gerestaureerd. 252 grotten met daarin meer dan 51.000 beelden en beeldjes, in grootte variërend van enkele centimeters tot 17 meter.
  Terug naar ons hotel voor een diner in een restaurant op wandelafstand.

Dag 7 – 15/6 – maandag – DATONG – HOHHOT – ULAANBAATOR

Vandaag vliegen we naar Mongolië. We rijden naar de luchthaven van Hohhot. Onderweg zie je pas goed welke quantumsprong zich voltrekt in China. Torenhoge flatgebouwen, elektrische bromfietsen om de luchtkwaliteit in steden te verbeteren, uitstekende snelwegen, hoge snelheidstreinverbindingen die volop worden aangelegd, en een nieuwe groene muur die wordt gebouwd. 1,3 miljard bomen worden geplant tegen de oprukkende Gobi woestijn. Of het ook zal helpen is iets anders.
  Hohhot is de hoofdstad van de autonome regio Binnen-Mongolië in China en is nog gesticht door de Mongoolse heerser Altan khan in 1580. Tijd voor een bezoek is er niet, wel voor een snelle lunch voor we naar de luchthaven gaan voor onze vlucht met Air Mongolia een tweemotorige Fokker 50. We nemen afscheid van onze sympathieke Chinese gids Judy en een paar uur later landen we in Ulaanbator. Immigratie is super snel, geen visum gedoe, bagage opvissen en kennis maken met onze Mongoolse gids Maggy die ons gedurende ons verblijf in Mongolië zal vergezellen. Een leuke, guitige praatvaar die honderd een over alles en nog wat verteld. We schuiven aan voor het diner terug met mes en vork.

Dag 8 – 16/6 – dinsdag – ULAANBATOR

We blijven vandaag in Ulaanbator die een rommelige en chaotische indruk maakt. De stad ligt in de vallei van de Tuul rivier op een hoogte van 1350m. Wat al direct opvalt zijn de opschriften overal in het cyrillisch alfabet. Bedoeld voor 40.000 inwoners, huizen er nu al meer dan 1,3 miljoen mensen.
  We beginnen onze stadswandeling op het grote centrale plein voor het parlementsgebouw waar in het midden het beeld van Genghis Khan troont, geflankeerd door zijn opvolgers Ogedei Khan en Kublai Khan. Maar eerst hebben we een wisselagent opgezocht om onze Euro’s om te wisselen voor Tugrugs.
  Midden op het plein troont Damdin Sükhbaatar op zijn paard, de vrijheidstrijder die met de hulp van het Rode Leger de Chinese Manchus veroeg. Een onafhankelijke Mongoolse Natie werd geboren in 1924 maar werd niet erkend door China tot 1945, toen werd de historische regio van Mongolië gesplitst in twee. Binnen Mongolië bleef een Chinese provincie en Buiten Mongolië werd een sovjet republiek.
  We wandelen naar het National Museum of Mongolian History. Mongolen vragen forse bedragen om foto’s te mogen nemen in hun diverse musea of historische plaatsen en in de meeste gevallen worden er dan ook niet al te veel foto’s genomen. Heel mooi is de collectie Mongoolse kledij en natuurlijk de afdeling die de veroveringen van Genghis Khan belicht.
  Ook het postkantoor wenkt en Gilberte kan haar hartje ophalen aan enkele collecties postzegels.
  Tijdens de Stalinistische periode was Mongolië een slaafse volgeling en werden enorm veel kloosters met de grond gelijk gemaakt, het Gandantegchinlen klooster was hierop een gelukkige uitzondering en dat bezoeken we dan ook, momenteel zijn hier een 150-tal monniken in residentie.
  We lunchen in een lokaal restaurant en dan gaan we naar een fabriek waar kasjmierwol wordt verwerkt. Dit is een van de grootste fabrieken in zijn soort en wij mogen het ganse productieproces bekijken en fotograferen.
  Als laatste staat er een voorstelling op het programma ”Wonders of Mongolian Art” een wervelende show van zang, dans en muziek. In tegenstelling tot de mannelijke keelzangers halen de dames uit met hoge noten die bijna pijn doen aan de oren.
  We eindigen met een diner van Mongolian barbecue en we vieren de verjaardag van Sabine.

Dag 9 – 17/6 – woensdag – ULAANBATOR – MURON – HOVSGOL

We hebben een binnenlandse vlucht naar Muron en er is nog een nieuwtje. Bagage wordt nog een beetje meer beperkt tot 10kg en 5kg handbagage per persoon of een koffer van 20kg per koppel. Er moet geselecteerd worden en een flink deel blijft hier in het hotel in Ulaanbator. Bagage en handbagage wordt gezamenlijk gewogen en we zitten zelfs nog onder de limiet, we leren het ”licht reizen”.
  We vliegen met een tweemotorige Fokker 50 van Hunnu Air over een desolaat landschap met heuvels die rijkelijk begroeid zijn met lorken. De vlucht duurt ongeveer 1h20 en we landen op de minuscule luchthaven van Muron. Het is hier een aangename 26°. We worden opgewacht door 3 landcruisers. Muron is een typische ”frontiertown” met een markt die gericht is op de nomaden die zich hier komen bevoorraden. We lunchen in een restaurant en dan beginnen we aan de lange rit naar het Hovsgol meer het grootste zoetwatermeer in Mongolië naar volume. 20km buiten Muron houden we halt aan de Uushigiin Uver Deerstone site. Mooi bewerkte rendierstenen, ingekerfde gestileerde afbeeldingen van wat wellicht rendieren zijn in galop. Vermoedelijk dateren ze uit het bronzen tijdperk en werden ze hier neergezet door nomaden en mogelijk had het iets te maken met shamanistische rituelen. Niemand die het met zekerheid kan zeggen.
  Verschillende stops later bereiken we rond 19h30 ons eerste Ger kamp heel mooi gelegen aan het meer. Minder mooi is dat Gilberte zich ziek meld met koorts en hevige keelpijn, onze reisapotheek zal zijn nut bewijzen. Als de zon weg is koelt het hier snel af en wordt de houtkachel in de Ger aangestoken.

Dag 10 – 18/6 – donderdag – HOVSGOL MEER

We zitten hier op 1645m, zonder zon kan het hier behoorlijk kil zijn en de warmte van de houtkachels die aangestoken worden vroeg in de morgen voelt lekker aan. We gaan hier een lange wandeling maken door het woud langsheen het meer op zoek naar een familie Tsaatanen die hier iedere zomer met enkele rendieren vanuit de Siberische Taiga neer strijkt. Gilberte blijft wijselijk in de ger en laat de medicatie zijn werk doen.
  Buiten onze Maggi hebben we nog een plaatselijke jonge gids meegekregen opdat we zeker niet zouden verloren lopen. De verschillende bloempjes zijn een dankbaar onderwerp voor de fotografen in de groep en na een uur of twee zien we de yurt van de Tsaatanen.
  Een hele hoop fotos later wandelen we terug naar ons ger kamp, dit keer niet langsheen de boorden van het meer maar dwars doorheen het woud en het moet gezegd onze gids houdt perfect de richting aan en van boven op de heuvel hebben we een mooi zicht op ons ger kamp en het meer.
  Na de lunch in het kamp maken we een boottochtje naar de andere oever waar yaks grazen en op de terugweg zien we hoe onze paardjes komen aangedraafd met hun begeleiders.
  Met de bagage is ook voor iedere ruiter in spe een toque en een paar beenbeschermers meegekomen zodat iedereen naar behoren uitgerust aan de rit van een uur begint voor een bezoek aan een nomaden familie. Daar worden we met de typische nomaden gastvrijheid ontvangen en krijgen we nog een demonstratie hoe de yaks gemolken worden.
  Mongolen worden zowat geboren op een paard en zij hebben zo hun eigen visie op wat de kwaliteiten van een paard moeten zijn. Feit is dat niet iedereen in ons groepje het in zich heeft om de ganse weg terug te paard te maken. Behoudens ikzelf zijn er nog twee kandidaten, de anderen keren terug met de voertuigen. Met een rijke keuze aan beschikbare paardjes kies ik er eentje uit die mij wel wat lijkt. En ja hoor, samen met Maggi maken we er een dolle rit met dolle pret van. De zadels zijn wat ze zijn en zeker niet comfortabel voor westerse achterwerken, maar dat neem ik er graag bij.
  Er staat nog een kampvuur na de avondmaaltijd op het programma en dan wordt er gezongen. Er is nog een Duitse groep in het kamp en de bedoeling is om een zangwedstrijd te houden tussen de Duitsers, de Vlamingen en de Mongolen. Blijkt dat de Duitsers te moe zijn en dus zijn het de Vlamingen en de Mongolen die de prijs, een fles vodka, broederlijk delen. Mooi einde van een rijkelijk gevulde dag.

Dag 11 – 19/6 – vrijdag – HOVSGOL – MURON – ULAANBATOR

We vliegen terug naar Ulaanbator van de luchthaven van Muron en dus hebben we weer een lange rit voor de boeg. We zijn er mooi op tijd, alle bagage wordt weer globaal afgewogen, de vlucht is om 12h en die is ook op tijd en 1h20 later staan we in Ulaanbator in de file. Voetgangers raken sneller op hun bestemming dan autos. We lunchen in een luxueus steakhouse aan het Sükhbaatar plein en daarna brengen we een bezoek aan het Choijin Lama Luvsankhaidav museum. Oorspronkelijk een tempel complex dat niet vernietigd werd tijdens de Stalinistische periode, maar tot een museum werd omgevormd. Antieke gebouwen te midden de moderne hoogbouw van het stadscentrum. Mooi.
 

Dag 12 – 20/6 – zaterdag – ULAANBATOR – KARAKORUM

We verlaten Ulaanbator. 3 landcruisers wachten op ons. We rijden naar Karakorum, onder Ogedei Khan de hoofdstad van het toenmalige Mongoolse rijk. Maar we stoppen eerst in het Hustain Nuruu National Park. Hier werden de Przewalkski paarden of Takhi succesvol terug geïntroduceerd in het wild nadat ze enkel nog terug te vinden waren in enkele dierentuinen in het westen. Niet eenvoudig om ze te spotten in dit uitgestrekte gebied, maar we hebben geluk en we kunnen er een viertal van ver observeren. Prachtige landschappen overigens ook zonder de paarden.
  We rijden verder naar Karakorum. Stukken van de weg zijn mooi geasfalteerd, maar het merendeel is een zandpiste die er bij wijlen abominabel bij ligt en we worden soms grondig door mekaar geschut.
  We komen aan rond 19h in Karakorum, een ietwat miezerige verzameling van houten huisjes en gers, het is er zwaar bewolkt en er staat een strakke wind. Hoog op een heuvel staat een monument dat de groei en de grootsheid van het Mongoolse imperium onder Genghis Khan weergeeft. En van daar heb je ook nog een mooi panorama over de stad en zijn omgeving. Het was hier dat hij zijn legers verzamelde voor de verovering van het Khwarezim Rijk in 1218.
  We checken in, in ons tweede ger kamp dat zo te zien afgeladen vol zit, en schuiven gelijk aan voor ons diner. De dag was lang.

Dag 13 – 21/6 – zondag – KARAKARUM – ONGHIIN KHIID

De donkere wolken zijn finaal weggeblazen. We hebben blauwe lucht en zon maar er staat nog altijd een frisse wind. Ooit stond hier een enorm boeddhistisch klooster, het Erdene Zuu tot in 1939 de Mongoolse communisten leider Khorloogiin Choibalsan opdracht gaf om tijdens de grote zuiveringen het allemaal te vernielen op drie tempels na, die we nu bezoeken.
  De kans om te poseren met een echte arend op je hand kan je niet laten voorbijgaan en het is verbazend hoe zwaar zo’n dier wel is.
  We lunchen in het ger kamp en dan beginnen we aan de lange rit naar Onghiin Khiid voor een klein deel over verharde weg, voor het grootste deel over zandwegen die er soms slecht bij liggen.
  Van het landschap kan je op sommige ogenblikken zeggen dat, zover je kan zien er niets te zien is, enkel grasland en wolken. Soms lijkt het alsof de horizon steeds verder opschuift. Af en toe is er in de verte een ger of een kudde te zien. Hier ervaar je de oneindigheid van de Mongoolse steppe.
  We stoppen aan een ger van een familie. We worden uitgenodigd om binnen te komen en moeder de vrouw schiet uit haar blokken om allerlei lokale lekkernijen (!) op tafel te toveren. De vriendelijke gastvrijheid is overweldigend. We moeten noodgedwongen na een uurtje afscheid nemen want we hebben nog een behoorlijk stuk weg voor de boeg. Onze chauffeurs houden er een flink tempo op na en dat houdt in dat we even flink door mekaar gerammeld worden. Eventjes wordt er aan een dorp gestopt om te tanken en dan arriveren we rond 20h in ons ger kamp, net op tijd om aan tafel te gaan. Dit kamp biedt al heel wat meer comfort dan de beide vorige. Na het diner is er een kleine show van traditionele en historische kostuums, en dan kruip ik snel onder de wol.

Dag 14 – 22/6 – maandag – OHNGHIIN KHIID – GOBI

Het is een prachtige ochtend. Zon, blauwe lucht en een aangename temperatuur. We bezoeken hier in de buurt de ruïnes van een van de grootste kloosters van Mongolië. In 1939 werden hier meer dan 200 monniken vermoord en het ganse complex vernield. Tussen de ruïnes wordt een nieuwe tempel gebouwd. Een oude man wiens zoon nu monnik is wacht ons op en leidt ons rond. De vernielzucht en de waanzin van weleer doet onwillekeurig denken aan de waanzin en vernielzucht van dit ogenblik in andere contreien. De geschiedenis herhaald zich. Met een deuntje op zijn mondharp nemen we afscheid van de man en van Onghiin Khiid.
  En dan de Gobi woestijn, een verrassende mix van zandduinen, halfwoestijn en steppe. Ongelooflijke vergezichten. De weidsheid blijft verbazen. Hier en daar lopen kamelen kuddes op zoek naar een beetje groen maar meestal is er weinig dat beweegt. Lunch is in een ger kamp ergens in de woestijn helemaal in ”the middle of nowhere”. Onvoorstelbaar hoe onze chauffeurs die dingen vinden zonder enig punt van oriëntatie.
  Tussen de zandduinen maken we een tochtje op een kameel, leuk, heel comfortabel je moet enkel een beetje uit je doppen kijken als hij recht staat dat je er niet over kiepert.
  Tegen de avond zijn we in ons laatste ger kamp. Iedere ger heeft een afzonderlijke badkamer en toilet, eigenlijk zijn het twee gers die aan mekaar geklonken zijn. Grote luxe. Heel knap.
  De zonsondergang valt in het water want het is zwaar bewolkt en het regent in de Gobi woestijn.

Dag 15 – 23/6 – GOBI

Gedurende de nacht heeft het gegoten en er stond een felle wind, maar om 7h is de hemel helemaal uitgeklaard met slechts in het westen nog wat wolken. Er staat een fris windje maar het ziet er goed uit. De regen heeft de Gobi woestijn omgetoverd tot een groot groen steppeland. Ongelooflijk. We rijden naar het Yolyn Am Valley National Park. De vallei is genoemd naar de Lammergier die hier voorkomt. Aan de ingang van het Park is er een klein museum met een collectie opgezette dieren waaronder ook een paar zeer zeldzame sneeuwluipaarden. Het geeft een ietwat dubbel gevoel. We staan hier op 2400m en we gaan wandelen in een canyon langs een klein riviertje tot we aan een ijsmassa komen. Yolyn Am is een ijscanyon waarvan het winter ijs in de zomer niet wegsmelt en op het gladde ijs lopen heeft zo zijn risicos zoals ik tot mijn scha en schande ondervind. Maar het is in ieder geval een heel mooie wandeling.
  Het krioelt hier van pikas. Ze lijken een beetje op lemmingen of kleine marmotten maar ze behoren tot de konijnenfamilie en het is heel zeker ”favourite fastfood” voor roofvogels.
  We hebben een uitstekende lunch in een ger kamp en rijden dan terug naar het onze voor een beetje platte rust. Afspraak om 18h voor een drink aan de lookout boven het kamp voor mijn verjaardag. Die is dan wel niet vandaag, maar een mooiere plek om dat te doen kan ik niet bedenken.
  Na het diner rijden we naar de flaming cliffs of vlammende bergen voor de zonsondergang. In de twintiger jaren van de 20e eeuw werden hier door de Amerikaan Roy Chapman Andrews geweldige vondsten gedaan van dinosauruseieren en skeletten.
  Als de schaduwen lang worden kleurt het licht van de ondergaande zon de zandstenen bergen diep rood vandaar de naam.Werkelijk heel knap.
  Het is wel laat en stikdonker als we in ons ger kamp terug komen en morgen moeten we er vroeg uit om onze vlucht naar Ulaanbator te halen.

Dag 16 – 24/6 – GOBI – ULAANBATOR

De zon komt op, het is een uur rijden naar de kleine luchthaven. We nemen hier afscheid van onze chauffeurs die nu onmiddellijk en rechtstreeks naar Ulaanbator rijden. Ook nu moet en we weer zien dat we onder het gewicht van 10kg en 5kg per persoon blijven en om dat te controleren wordt alle bagage op een grote hoop samen gewogen. Te zware koffers zouden mee kunnen met de chauffeurs die dat dan ’s avonds in het hotel afleveren, maar we blijven weer mooi onder de limiet. Geen probleem.
  Ons vliegtuig van Hunn Air is mooi op tijd en anderhalf uurtje later landen we in Ulaanbator.
  We rijden naar het monument van de Sovjetvriendschap, het laat een beetje een beduimelde indruk na maar je hebt er een mooi panorama over de stad. Dan gaan we naar het zomer en winterpaleis van de laatste Bogd Khaan de spirituele leider van het Mongools Boeddhisme.
  We lunchen en brengen dan nog een bezoekje aan een ander museum van Bogd Gegeen Zanabazar, de eerste Bogd Khaan van Mongolië en een afstammeling van Genghis Khan en hij wordt ook wel eens aangeduid als de Michelangelo van Azië in de zin dat hij een belichaming zou zijn van een Mongoolse Renaissance.
  Terug naar het hotel, bagage klaarmaken voor onze terugkeer morgen en ’s avonds hebben we ons afscheidsdiner in een restaurant bij het Sükhbaatar plein en een cake voor mijn verjaardag, die voor alle duidelijkheid ook weer niet vandaag maar pas morgen is als we terugvliegen met Turkish airlines naar Bishkek, naar Istanbul, naar Brussel, naar huis.

Een unieke reis en een mooie reis, tof groepje, goeie reisleider en charmante lokale gidsen. Eentje voor het album.